Tools voor generatieve kunstmatige intelligentie (Gen AI), zoals ChatGPT, Gemini en Grok, zijn snel geëvolueerd van experimentele technologie naar mainstream nut. Miljoenen mensen in heel Europa gebruiken deze tools nu voor alles, van persoonlijke taken tot professionele workflows en onderwijs. Deze platforms creëren nieuwe inhoud (tekst, afbeeldingen, code, video, enz.) op basis van aangeleerde patronen uit bestaande gegevens.

De adoptiepercentages variëren echter drastisch over het hele continent. Volgens gegevens van Eurostat uit 2025 heeft grofweg een derde van de Europeanen tussen 16 en 74 jaar Gen AI minstens één keer gebruikt, maar het gebruik varieert van 17% in Turkije tot 56% in Noorwegen. Deze ongelijkheid benadrukt diepere trends in de digitale infrastructuur, geletterdheid en culturele affiniteit met technologie.

Geografische patronen van AI-gebruik

Noord- en West-Europa lopen voorop op het gebied van adoptie, waarbij landen als Denemarken (48%), Zwitserland (47%) en Nederland (45%) een sterke betrokkenheid tonen. Ruim twee op de vijf mensen in dertien Europese landen melden recent gebruik van Gen AI.

Zuid-, Midden- en Oost-Europa blijven achter. Roemenië (18%), Turkije (17%) en Servië (19%) hebben de laagste gerapporteerde cijfers. Zelfs grote economieën als Italië (20%) en Duitsland (32%) blijven onder het EU-gemiddelde van 33%. Dit suggereert dat economische kracht alleen geen garantie is voor een wijdverspreide adoptie van AI.

Waarom de verschillen?

De ongelijke verdeling weerspiegelt fundamentele verschillen in digitale gereedheid. Zoals onderzoeker Colin van Noordt van de KU Leuven uitlegt: hoge acceptatiepercentages correleren met de bestaande digitale infrastructuur en vaardigheden. In landen met geavanceerde digitalisering (Denemarken, Zwitserland) is de kans groter dat de bevolking AI-tools gebruikt en begrijpt.

Van Noordt wijst ook op een cruciale factor: AI-geletterdheid. Veel Europeanen gebruiken Gen AI niet omdat ze zich niet bewust zijn van de mogelijkheden ervan of hoe het hun leven kan verbeteren. Dit is niet alleen een kwestie van toegang, maar van begrijpen wat AI voor hen kan doen. Overheidsbeleid alleen heeft een beperkte impact; de onderliggende digitale cultuur en praktische vaardigheden zijn veel beslissender.

Persoonlijk versus professioneel gebruik

Persoonlijk gebruik van Gen AI overtreft aanzienlijk de werkgerelateerde toepassingen in de hele EU. Ongeveer 25% gebruikt deze tools om persoonlijke redenen, tegenover 15% voor professionele taken. De kloof is vooral groot in landen als Griekenland (41% persoonlijk, 16% werk). Dit suggereert dat Gen AI momenteel wordt gezien als toegankelijker en nuttiger voor individuele taken dan voor complexe werkplektoepassingen.

Het onderwijs blijft nog verder achter : slechts 9% van de Europeanen gebruikt AI voor formeel leren. Zweden (21%) en Zwitserland (21%) lopen voorop in het gebruik in het onderwijs, terwijl Hongarije slechts 1% rapporteert.

De toekomst van AI-adoptie

Het huidige landschap laat zien dat AI-adoptie in Europa niet simpelweg gaat over toegang tot technologie, maar over digitale geletterdheid, culturele paraatheid en praktisch begrip van de toepassingen ervan. Het dichten van de kloof zal gerichte onderwijsinitiatieven, infrastructuurontwikkeling en een focus op het demonstreren van de reële waarde van Gen AI, die verder gaat dan persoonlijk gebruik, vereisen.